Tradicide en het Nederlands gebrek aan atheïsten
Nederland is een nieuwe hoogleraar rijker. Op 13 maart sprak P.J.E. Chatelion Counet de rede ‘Woorden als spijkers’ uit waarmee hij zijn nieuwe ambt aan de Universiteit van Amsterdam (UVA) aanvaardde. Chatelion is benoemd tot Bijzonder Hoogleraar ‘De Bijbel in de Nederlandse cultuur’.
De nieuwe hoogleraar weet zijn publiek te boeien en te prikkelen met zijn uitspraken. Het is duidelijk dat hij de Bijbel een flinke rol in de Nederlandse samenleving toekent. De Nederlandse cultuur zou zijn gevormd door het Joods-christelijke gedachtegoed van de Bijbel zelfs tot in haar afwijzing van de gevestigde godsdiensten. Zo stelt Chatelion dat Nederland geen atheïsten kent. “Nederland kent hooguit protestantse atheïsten en katholieke atheïsten”. Hoewel de hoogleraar deze uitspraak niet nader toelicht, kan men wel raden waar hij op doelt. Dit jaar is het vijfhonderd jaar geleden dat Calvijn werd geboren en dat Erasmus zijn ‘Lof der zotheid’ schreef. Een protestant en een katholiek die ieder een onmiskenbare invloed op de Nederlandse cultuur hebben gehad.
'Tradicide'
Maar de afgelopen jaren is er volgens Chatelion sprake geweest van een ‘tradicide’. De moord op traditie die er onder andere toe geleid heeft dat men de Bijbel als inspiratiebron van kritiek op de samenleving uit het oog heeft verloren. Zijn hoogleraarschap plaatst hij in dit teken. De nieuwe hoogleraar ziet het niet als zijn taak om in kaart te brengen wat er verloren is gegaan. Evenmin beschouwt hij zijn ambt als een poging om te redden wat er te redden valt. Nee, Chatelion wil vooral onderzoek doen naar de actuele rol van de Bijbel in de Nederlandse samenleving en cultuur. Daarbij keert hij zich tegen de religiewetenschappen die de Bijbel en alle andere heilige geschriften puur als cultureel erfgoed benaderen. Want, zo stelt hij, de Bijbel laat zich niet vrijblijvend lezen. De Bijbel is volgens Chatelion, “een aanval op onverschilligheid, hedonisme, waarheidsaanspraken en op vrijheid zonder engagement”.
Zelfkritisch
De Bijbel is van belang voor de Nederlandse samenleving omdat er, zo zegt de nieuwe hoogleraar, een zelfkritisch mechanisme in zit. Het is door dit zelfkritisch mechanisme dat het Evangelie de Thora (eerste vijf boeken van de Joodse Bijbel en het Oude Testament) kon veranderen doormiddel van de Thora. Hiermee doelt Chatelion op het gegeven dat Jezus in de Evangeliën de nieuwe regel ‘Bemin God boven alles en uw naaste als uzelf’ samenstelt uit de twee Thora teksten Deut. 6:5 en Lev. 19:8.
De nieuwe hoogleraar signaleert in de moderne tijd de neiging om te denken volgens de stijl van de oude Grieken. In die denkstijl kan er maar één waarheid zijn. Dit leidt ertoe dat oude inzichten vernietigd worden door nieuwe. Daartegenover plaatst hij de Joodse denkstijl waarin ruimte is voor een gelaagdheid van betekenissen. Er is niet één waarheid en als een bepaalde interpretatie het onderspit delft, dan wordt die niet uit de leer verwijderd. Als voorbeeld van deze manier van denken, verwijst Chatelion naar de Scheppingsverhalen in het boek Genesis (het eerste boek van de Bijbel). Het scheppingsverhaal in Genesis 1 is niet alleen duidelijk anders dan het verhaal in Genesis 2, het is ook jonger en in bepaalde opzichten ‘wetenschappelijker’. Het gaat om twee verschillende denkbeelden over God en de Schepping. De Bijbelschrijvers hebben ervoor gekozen om de beide denkbeelden naast elkaar te zetten.
'Centrifugaal particularisme'
Chatelion pleit voor een terugkeer naar de Joodse manier van denken. Door die terugkeer zou er beter gebruik gemaakt kunnen worden van het zelfkritische mechanisme in de Bijbel. De tekst wordt dan opnieuw een “toetsteen en struikelblok voor discriminerende bepalingen in het heden en verleden.” Zodat het geloof uiteindelijk kan worden tot “een huis met vele kamers, waar plaats is voor velen.” Om dit alles samen te vatten heeft de kersverse hoogleraar een nieuwe term bedacht, ‘centrifugaal particularisme’. De definitie van die term luidt: vanuit je (onvervreemdbare) traditie ruimte maken voor de vreemde.
Zeker in de huidige tijd waarin cultuur, normen en waarden en integratie grote vraagstukken zijn waar de samenleving mee worstelt, is dit pleidooi voor een kosmopolitische houding van groot belang. De vraag is alleen, in hoeverre de samenleving bereid is om over deze zaken na te denken nu de recessie woedt? Ruimte maken voor vele waarheden is in zeker opzicht een luxe product waar mensen vooral voor kiezen wanneer ze zekerheid hebben over hun eigen bestaan. Nu die zekerheid voor veel mensen wegvalt, zal de bereidheid om andere waarheden te accepteren naast de eigen bekende en gekoesterde waarheid, gaan afnemen. De nieuwe hoogleraar staat voor de uitdaging om tegen de stroom in zijn visie uit te dragen.
De nieuwe hoogleraar weet zijn publiek te boeien en te prikkelen met zijn uitspraken. Het is duidelijk dat hij de Bijbel een flinke rol in de Nederlandse samenleving toekent. De Nederlandse cultuur zou zijn gevormd door het Joods-christelijke gedachtegoed van de Bijbel zelfs tot in haar afwijzing van de gevestigde godsdiensten. Zo stelt Chatelion dat Nederland geen atheïsten kent. “Nederland kent hooguit protestantse atheïsten en katholieke atheïsten”. Hoewel de hoogleraar deze uitspraak niet nader toelicht, kan men wel raden waar hij op doelt. Dit jaar is het vijfhonderd jaar geleden dat Calvijn werd geboren en dat Erasmus zijn ‘Lof der zotheid’ schreef. Een protestant en een katholiek die ieder een onmiskenbare invloed op de Nederlandse cultuur hebben gehad.
'Tradicide'
Maar de afgelopen jaren is er volgens Chatelion sprake geweest van een ‘tradicide’. De moord op traditie die er onder andere toe geleid heeft dat men de Bijbel als inspiratiebron van kritiek op de samenleving uit het oog heeft verloren. Zijn hoogleraarschap plaatst hij in dit teken. De nieuwe hoogleraar ziet het niet als zijn taak om in kaart te brengen wat er verloren is gegaan. Evenmin beschouwt hij zijn ambt als een poging om te redden wat er te redden valt. Nee, Chatelion wil vooral onderzoek doen naar de actuele rol van de Bijbel in de Nederlandse samenleving en cultuur. Daarbij keert hij zich tegen de religiewetenschappen die de Bijbel en alle andere heilige geschriften puur als cultureel erfgoed benaderen. Want, zo stelt hij, de Bijbel laat zich niet vrijblijvend lezen. De Bijbel is volgens Chatelion, “een aanval op onverschilligheid, hedonisme, waarheidsaanspraken en op vrijheid zonder engagement”.
Zelfkritisch
De Bijbel is van belang voor de Nederlandse samenleving omdat er, zo zegt de nieuwe hoogleraar, een zelfkritisch mechanisme in zit. Het is door dit zelfkritisch mechanisme dat het Evangelie de Thora (eerste vijf boeken van de Joodse Bijbel en het Oude Testament) kon veranderen doormiddel van de Thora. Hiermee doelt Chatelion op het gegeven dat Jezus in de Evangeliën de nieuwe regel ‘Bemin God boven alles en uw naaste als uzelf’ samenstelt uit de twee Thora teksten Deut. 6:5 en Lev. 19:8.
De nieuwe hoogleraar signaleert in de moderne tijd de neiging om te denken volgens de stijl van de oude Grieken. In die denkstijl kan er maar één waarheid zijn. Dit leidt ertoe dat oude inzichten vernietigd worden door nieuwe. Daartegenover plaatst hij de Joodse denkstijl waarin ruimte is voor een gelaagdheid van betekenissen. Er is niet één waarheid en als een bepaalde interpretatie het onderspit delft, dan wordt die niet uit de leer verwijderd. Als voorbeeld van deze manier van denken, verwijst Chatelion naar de Scheppingsverhalen in het boek Genesis (het eerste boek van de Bijbel). Het scheppingsverhaal in Genesis 1 is niet alleen duidelijk anders dan het verhaal in Genesis 2, het is ook jonger en in bepaalde opzichten ‘wetenschappelijker’. Het gaat om twee verschillende denkbeelden over God en de Schepping. De Bijbelschrijvers hebben ervoor gekozen om de beide denkbeelden naast elkaar te zetten.
'Centrifugaal particularisme'
Chatelion pleit voor een terugkeer naar de Joodse manier van denken. Door die terugkeer zou er beter gebruik gemaakt kunnen worden van het zelfkritische mechanisme in de Bijbel. De tekst wordt dan opnieuw een “toetsteen en struikelblok voor discriminerende bepalingen in het heden en verleden.” Zodat het geloof uiteindelijk kan worden tot “een huis met vele kamers, waar plaats is voor velen.” Om dit alles samen te vatten heeft de kersverse hoogleraar een nieuwe term bedacht, ‘centrifugaal particularisme’. De definitie van die term luidt: vanuit je (onvervreemdbare) traditie ruimte maken voor de vreemde.
Zeker in de huidige tijd waarin cultuur, normen en waarden en integratie grote vraagstukken zijn waar de samenleving mee worstelt, is dit pleidooi voor een kosmopolitische houding van groot belang. De vraag is alleen, in hoeverre de samenleving bereid is om over deze zaken na te denken nu de recessie woedt? Ruimte maken voor vele waarheden is in zeker opzicht een luxe product waar mensen vooral voor kiezen wanneer ze zekerheid hebben over hun eigen bestaan. Nu die zekerheid voor veel mensen wegvalt, zal de bereidheid om andere waarheden te accepteren naast de eigen bekende en gekoesterde waarheid, gaan afnemen. De nieuwe hoogleraar staat voor de uitdaging om tegen de stroom in zijn visie uit te dragen.
Bravo! Onverschilligheid, hedonisme en consumptiecultuur zijn zaken die men zich juist tijdens de recessie niet kan veroorloven.
BeantwoordenVerwijderenIk ben er helemaal voor dat men zich geestelijk gaat verdiepen en niet met de Bijbel zwaait alsof het een of ander conservatief lectuurblaadje is.