Denkend aan toen
Zeven jaar was ik. Ik weet niet meer welke dag het was of waar we geweest waren maar de discussie herinner ik me nog vrij goed. Ik zat bij een van mijn ooms op de achterbank in de auto. Mijn familieleden voerden een gesprek waar ik maar half naar luisterde. We reden op de stadsring van Amersfoort toen een van mijn familieleden beweerde dat 90% van de Nederlanders discrimineert.
Dat kon ik niet op me laten zitten. Ik had als vijfjarige al gehoord: ‘Bruine kindjes mogen niet meedoen’. Dus ik wist precies waar ze het over hadden. Maar ik had ook Nederlandse vriendinnen en bovendien had ik het optimisme van zevenjarige meisjes.
Dus ik ging fel tegen ze in. ‘Het is niet waar! Heus niet alle Nederlanders discrimineren. Nee, ook niet de meeste. Het zijn er maar een paar die zo gemeen zijn!’ Mijn familie praatte op mij in maar ik hield voet bij stuk.
Maar die middag waarop ik een lelijke val maakte, liepen alle witte volwassenen langs me heen. Ze keken mij aan en gingen verder. Niemand vroeg hoe het ging of bood aan om te helpen. En even dacht ik aan toen.
Buiten spelen in de jaren ’80 had een eigen soundtrack; het refrein was simpel: ‘vieze Turk, rot op naar je eigen land’. En ik, ik dacht aan toen.
Ik stond een keer met een vriendinnetje van een andere school te praten en een van mijn klasgenoten merkte op: “Er komen steeds meer zwarten hier.” Wij deden alsof het niet over ons ging. Maar in mijn achterhoofd, dacht ik aan toen.
’s Avonds even de hond uitlaten. Omdat het fris was, zette ik een muts op. Een jongen liep langs, keek naar mijn muts, riep dat het niet koud was en noemde mij een n*gg*r. Hij liep door en ik dacht aan toen.
Onderweg naar de supermarkt om boodschappen te doen. Een man zag mij lopen, stak zijn arm in de lucht en riep ‘White power’. Mijn gedachten dwaalden als vanzelf naar toen.
Ik vertelde aan een huisgenoot dat mijn naam gebruikt werd bij sterren en hij noemde mij zijn bruine ster. Ik dacht nog dat hij aardig was. Later hoorde ik hem tegen andere huisgenoten zeggen: “Je kunt ze gewoon bruine ster noemen, ze weten toch niet wat het betekent.” Op dat moment viel het kwartje. En weer dacht ik aan toen.
Overstappen op Schiphol. Ik stapte uit de trein, een man schreeuwde naar mij: ‘vuile zwarte teef’. Terwijl hij verder liep, keek hij terug om te zien of ik zou reageren. Maar ik dacht aan toen.
Naar huis fietsen na het feestje van een collega. Een auto reed langs, een man stak zijn hoofd uit het raam en riep naar mij: ‘vieze vuile zwarte’. Vervolgens trok hij zijn hoofd terug en ze gingen ervandoor. Wederom dacht ik aan toen.
Want telkens wanneer zoiets mij overkomt, denk ik aan die discussie in de auto. Hoe fel had ik mijn mening verdedigd. Denkend aan toen, voel ik mij zo ontzettend dom en klein.

Reacties
Een reactie posten